Niet samenvallen met angst
Ben je wel eens bang?
Daar zou ik niet mee zitten, mocht zich een angst voordoen. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat ik met een angst samenval. In die zin kan ik niet bang zijn. Ik ben niet bang. Ik zou wel angst kunnen voelen. Ik zou misschien opzien tegen een televisieoptreden. Ik kan niet zeggen dat ik dan bang ben. Daarvoor moet je ermee samenvallen. Daar moet je in geloven en ik kan er helemaal niet in geloven. Dus angst zou er kunnen zijn, net als kwaadheid, irritatie of alle mogelijke andere emoties. Maar niet ermee samenvallen.
Heb je ooit in angst geloofd?
Zeker. In mijn naïviteit dacht ik als een jonge man: angst, dat ken ik niet. Jarenlang heb ik met dat comfortabele waanidee rondgelopen en het heeft vrij lang geduurd voordat ik in contact kwam met een aantal ongewenste emoties. Ik was een dertiger en mijn eerste vrouw was daar zeer behulpzaam bij. Zij was uitermate bedreven in het contact met haar emoties. Dat heeft ze me machtig mooi voor de voeten gegooid. Dat kwartje is toen gaan vallen: verrek zeg, ik ben doodsbang. Verrek zeg, ik ben woest. Ik dacht dat die dingen er gewoon niet opzaten bij mij. Ik ben erg blij dat mijn ogen open zijn gegaan. Ik denk niet dat je mensen kunt helpen in het contact met hun emoties, als je dat niet met je eigen emoties hebt. Dat is een intens stadium geweest. Mijn scheiding was daar een bekroning van, want ik heb nooit iets pijnlijkers meegemaakt. Ik ben door die hartverscheurende pijn heen gegaan en er niet voor weggelopen. Ik heb hem totaal toegelaten en mijn hart is verscheurd. En in hetzelfde proces blijkt dat je een heel hart terugontvangt. Emoties zijn er. Het samenvallen met een emotie niet meer, dat is veranderd. ‘Vergeten te lachen’, zoals dat in het tekstboek van de Cursus staat, dat is er niet echt meer.
Als mensen zich ongelukkig voelen betekent dat dan, dat ze iets fout hebben gedaan?
Zoals ik ernaar kijk niet. Als ze zich ongelukkig voelen is dat een totaal onschuldige situatie. En het is een betekenisvolle situatie. Ongelukkig voelen zie ik als een vorm van pijn. Pijn zie ik als buitengewoon betekenisvol in maar één opzicht. Pijn is niet betekenisvol als straf. Dat is wat pijn voor mensen tot kwelling maakt. Pijn is uiterst betekenisvol als sein, als signaal. Ik geef altijd het voorbeeld: als je op je tong bijt, wees blij dat het zeer doet, anders zou je hem opeten. Dat is fysiek zo en emotioneel ook. Als jij op alle mogelijke manieren doorgaat met vergeten wie je bent, wees blij dat er pijn is. Want het is de weg terug, het is de klop op je deur. Dus als je pijn ervaart, heb je niet iets fout gedaan, maar wordt er op je deur geklopt.
Wie klopt er dan op je deur?
Liefde klopt op je deur, want je bent een schepping van liefde en je bent niet geboren voor pijn. Dus als er pijn plaatsvindt, dan is er iets mis gegaan. Dat is iets anders dan: dan heb je schuld aan iets. Er is iets misgegaan gezien vanuit je aanleg, de werkelijkheid van vreugde. Als fysieke of emotionele pijn beleefd wordt, dan is die een klop op je deur. Niks mis mee, betekenisvol. Niet om het erbij te houden, maar om het signaal te gaan verstaan, om je ertoe te wenden. Zolang je dat niet doet is er pijn. Vaak zeg ik: wil je pijn ontlopen of wil je er vrij van zijn? Je hoeft pijn helemaal niet te ontlopen. Wees er maar dankbaar voor als het zich aandient. Maar wil je er vrij van zijn? En als je er vrij van bent, dan kan pijn zich aandienen als dat onschuldige signaal. Maar het zal niet meer beleefd worden als kwelling. En je zult niet ‘vergeten te lachen’. De pijn zal er simpel zijn, maar je zult toch even vrij zijn omdat pijn niet meer de kleur van straf aanneemt in je bewustzijn. Ik ben ervan overtuigd dat wie een kwelling ervaart, gelooft dat hij schuldig is, en dus straf verdient, daarom is het zo’n kwelling. Ik vind dat inzicht formidabel. Van daaruit sta je op de drempel van vrede, zonder nog te hoeven weglopen, trucs te hoeven uithalen, om pijn mis te lopen. Je bijt op je tong of je bijt er niet op. Als je er niet op bijt is het hele probleem er niet. Mocht je er wel op bijten, ook geen probleem. Wend je ertoe!
Wat is voor jou nog belangrijk om te zeggen?
Doris. Hoe geweldig belangrijk Doris is. Niet alleen voor mij als persoon, als partner, maar ook in het werk. Er is een full-time committment van Doris en mij naar één en hetzelfde ding. Dat hebben we ooit zo opgeschreven, samen, in een handjevol zinnen: we geven onszelf, ons leven, ons werk totaal over aan dat waartoe dit bestemd is. Toen ik Doris ontmoette was daar die potentie van ‘two minds with one intent’ (uit les 185). We hebben erbij gezet: in een vorm die ieder van ons werkelijk past. De kracht daarvan is formidabel. Ik voel iets van een immense potentie en ik ben er totaal gelukkig mee.
uit: … van hart tot hart...
Tijdschrift voor Attitudinal Healing en Een Cursus in Wonderen
Jaargang 3, nr. 4, december 2003
(Fotografie: Anja van Aarle)