Interview

Koos Janson interviewVan hart tot hart

Hoe ben je weer terug op je spoor gekomen?
Ik ben terug in het oude spoor van een vorm van spiritueel leraarschap, waarbij eerst TM de vorm was en nu Een Cursus in Wonderen. Ik heb dat spoor op een bepaalde manier nooit verlaten. Ik kreeg een baan als leraar Nederlands, maar mijn TM-leraarschap liep gewoon door, doordat ik nog altijd ‘lezingen voor gevorderden’ gaf. Ik ben nooit opgehouden met mensen uit te wisselen over spiritualiteit, dertig jaar nu. Na een jaar of 12 stopte, ergens van binnenuit van het ene moment op het andere, TM voor mij. Na die eerste fulltime jaren ging ik mezelf geleidelijk aan een TM-leraar in ruste voelen. Ik neem zelden afscheid. Ik hoefde me ook niet af te zetten, ik hoef niets af te kraken. Ik ben alleen maar dankbaar, het heeft me heel veel gebracht. Niet alleen TM maar ook Maharishi. Ik ben misschien een goede leraar, maar ik ben denk ik ook een goede leerling. Ik heb ‘aan zijn voeten gezeten’ en van hart tot hart heeft er een overdracht plaats gevonden, een enorme verruiming. Simpelweg door hem te verstaan van hart tot hart. Op het moment dat hij sprak over hoger bewustzijn, was het mijn ervaring. Dat kreeg ik van hem. Op mijn eentje had ik dat toen nooit kunnen bereiken. Maar hij zei: zo en zo zit dat. En ik zag het. Er vond een geweldige verdieping plaats. Ik dronk het in.

Waar komt de Cursus in beeld?
Halverwege de jaren ‘80 kwam een Canadese Reiki-lerares naar Nederland, Inger Droog. Zij was een indrukwekkende persoonlijkheid en zij citeerde uit de Cursus. ‘In A Course in Miracles staat….er zijn maar twee emoties, liefde en angst. En waar liefde is kan geen angst zijn en waar angst is, is geen liefde.’ Tjonge, wat een dijk van een uitspraak! Later: ‘A Course in Miracles says….’ en dan kwam er weer zo’n kanjer. Ze liet me de inleiding lezen, ik was sprakeloos. Ik kon meteen herkennen wat daar stond. Ik leende de Course, heb hem op mijn bureau gelegd en drie maanden lang niet ingekeken. Een tijdje daarna de groene paperback gekocht en honderd bladzijden gelezen. Ik las, begreep, beaamde. Maar als ik stopte met lezen, wist ik niet wat ik gelezen had. Het beklijfde op geen enkele manier. Ik dacht: ik geloof niet dat dit werkt. Ik kwam er toen pas achter dat er een werkboek inzat. Ik zag de eerste vijf werkboek ideeën en vond het doodeng. ‘Wat ik zie betekent niets.’ Ik dacht: dit is levensgevaarlijk. Ik voel me net alsof ik een beetje poten onder mijn stoel heb, en dan laat ik ze weer wegzagen. Niet aan beginnen. Ik heb het boek toen bewust weer dicht gedaan. Een tijd daarna las ik dat Ken Wapnick naar Nederland kwam. Ik volgde zijn lezing met binnen 10 minuten een knetterende hoofdpijn. Ik weet nauwelijks wat hij gezegd heeft, maar de volgende ochtend heb ik de Cursus weer gepakt en het Werkboek opengeslagen en ik vond het prachtig. Ik ben bij les 1 begonnen en nooit meer gestopt. Dat was 1987. Ik doe nog elke dag een les, dat is net zoiets als tandenpoetsen. Lezen doe ik als het aan de orde is en dat is bijna dagelijks, omdat ik bijna dagelijks les geef en me daar op voorbereid.

download